Hans Christian AndersenDe dennenboom

BokRobot-Leseausgabe

Bücher

Kostenlos

De dennenboom

The Fir Tree

Hans Christian Andersen

Märchen · 26 Seiten
Gedraaid: 2026-09-12 11:02BokRobot · Seite 1 / 26

In het bos stond een mooie kleine dennenboom. Hij had een heel goede plek: de zon scheen op hem, er was veel verse lucht en om hem heen groeiden veel grotere bomen, zowel dennen als sparren. Maar de kleine dennenboom wilde zo graag een volwassen boom worden.

Hij dacht niet aan de warme zon of de verse lucht. Het kon hem niet schelen dat de kleine kinderen uit het dorp in het bos rondliepen en praatten terwijl ze wilde aardbeien plukten. De kinderen kwamen vaak terug met een hele kruik vol bessen, of ze hadden ze aan een rietje geregen en gingen dan bij de jonge boom zitten en zeiden: "Oh, wat is hij mooi! Wat een leuke kleine dennenboom!" Maar de boom kon dat helemaal niet verdragen om te horen.

BokRobot · Seite 2 / 26

Na een jaar was hij al behoorlijk gegroeid, en na nog een jaar was hij nog groter geworden. Bij dennenbomen kun je altijd zien hoe oud ze zijn aan het aantal scheuten.

"Ach, als ik maar zo groot was als de anderen," zuchtte hij. "Dan kon ik mijn takken uitspreiden en vanaf de top uitkijken over de wijde wereld! Dan zouden de vogels nesten in mijn takken bouwen, en als de wind waaide, kon ik net zo statig knikken als de anderen!"

De zonnestralen, de vogels en de rode wolken die 's ochtends en 's avonds boven hem voorbij trokken, gaven de kleine boom geen enkele vreugde.

BokRobot · Seite 3 / 26
Illustration zu Side 3

In de winter, als de sneeuw glinsterend op de grond lag, kwam er vaak een haas aanrennen die regelrecht over de kleine boom heen sprong. Oh, dat maakte hem zo kwaad! Maar er gingen twee winters voorbij, en in de derde winter was de boom zo groot geworden dat de haas er omheen moest rennen. "Groeien en groeien, ouder en groter worden," dacht de boom, "dat is het mooiste wat er is!"

In de herfst kwamen de houthakkers altijd en hakten ze een aantal van de grootste bomen om. Dit gebeurde elk jaar, en de jonge dennenboom, die nu heel mooi was, beefde bij het gezicht daarvan. De enorme bomen vielen met een knal tegen de grond, hun takken werden afgehakt en ze zagen er lang en kaal uit. Ze waren nauwelijks nog te herkennen. Daarna werden ze op karren geladen en werden ze door paarden het bos uitgetrokken.

BokRobot · Seite 4 / 26

Waar gingen ze heen? Wat gebeurde er met ze?

In de lente, toen de zwaluwen en ooievaars kwamen, vroeg de boom hen: "Weten jullie niet waar ze naartoe zijn gebracht? Hebben jullie ze ergens gezien?"

De zwaluwen wisten er niets van. Maar de ooievaar zag er nadenkend uit, knikte met zijn hoofd en zei: "Ja, ik denk dat ik het weet. Op weg hierheen vanuit Egypte kwam ik veel schepen tegen; op die schepen stonden prachtige masten. Ik durf te zeggen dat het die bomen waren die zo sterk naar den rookten. Ik feliciteer je, want ze rezen hoog en majestueus op!"

BokRobot · Seite 5 / 26

"Ach, als ik maar oud genoeg was om over de zee te vliegen! Maar hoe ziet de zee er eigenlijk uit? Hoe ziet ze eruit?"

"Dat zou te lang duren om uit te leggen," zei de ooievaar, en weg was hij.

"Geniet van je groei!" zeiden de zonnestralen. "Geniet van je sterke groei en het frisse leven in je!"

En de wind kuste de boom, en de dauw huilde tranen over hem. Maar de den begreep het niet.

Toen het kerst werd, werden heel jonge bomen gekapt – vaak niet zo groot of zo oud als deze den, die nooit rust kon vinden maar altijd weg wilde. Deze jonge bomen, altijd de mooist ogende, behielden hun takken. Ze werden op karren geladen en door paarden uit het bos getrokken.

BokRobot · Seite 6 / 26

"Waar gaan ze heen?" vroeg de den. "Ze zijn niet groter dan ik. De ene was zelfs korter. En waarom houden ze al hun takken? Waar worden ze naartoe gebracht?"

"We weten het! We weten het!" tsjilpten de mussen. "We hebben door de ramen in de stad beneden gekeken! We weten waar ze heen gaan! De grootste pracht die je je kunt voorstellen wacht hen. We keken door de ramen en zagen hoe ze midden in een warme kamer werden geplant en versierd met de mooiste dingen – vergulde appels, peperkoek, speelgoed en honderden lichtjes!"

"En dan?" vroeg de den, terwijl elke tak ervan beefde. "En dan? Wat gebeurt er dan?"

BokRobot · Seite 7 / 26
Illustration zu Side 7

"We hebben niets meer gezien. Het was ongelooflijk mooi."

"Ik vraag me af of ik bestemd ben voor zo'n glorieus lot," riep de Boom blij. "Dat is zelfs beter dan over de zee varen! Hoe verlang ik ernaar! Als het maar Kerst zou zijn! Ik ben nu groot, en mijn takken spreiden zich uit zoals die van vorig jaar! Oh, als ik maar al in de kar zat! Als ik maar in die warme kamer was met al die pracht! Dan moet er iets nog beters, iets groters volgen. Maar wat? Oh, hoe verlang ik, hoe smacht ik! Ik weet niet wat er met me aan de hand is!"

BokRobot · Seite 8 / 26

"Geniet van onze aanwezigheid!" zeiden de Lucht en het Zonlicht. "Geniet van je eigen frisse jeugd!"

Maar de Boom genoot er helemaal niet van. Hij groeide en groeide, groen zowel in de winter als in de zomer. Mensen die hem zagen, zeiden: "Wat een prachtige boom!" En tegen Kerst was hij een van de eersten die werd gekapt. De bijl sloeg diep in zijn kern.

De Boom viel met een zucht op de grond. Hij voelde een pijn, alsof hij flauwviel. Hij kon niet aan geluk denken, want hij vond het verdrietig om zijn thuis te verlaten, de plek waar hij was opgegroeid.

BokRobot · Seite 9 / 26

Hij wist dat hij zijn lieve oude vrienden, de kleine struikjes en bloemen om hem heen, nooit meer zou zien. Misschien zelfs de vogels niet eens! Het vertrek was helemaal niet aangenaam.

De Boom kwam pas weer bij zinnen toen hij samen met de andere bomen op een binnenplaats werd uitgeladen en een man hoorde zeggen: "Die is prachtig! We hebben de anderen niet nodig." Daarna droegen twee bedienden in fraaie uniformen de Denboom een grote, prachtige salon binnen.

Aan de muren hingen portretten, en bij de witte porseleinen kachel stonden twee grote Chinese vazen met leeuwen op de deksels. Er waren grote fauteuils, zijden banken en grote tafels vol met prentenboeken en speelgoed ter waarde van honderden dollars—althans, dat zeiden de kinderen.

BokRobot · Seite 10 / 26

De Denboom werd rechtop gezet in een bak gevuld met zand, maar niemand kon zien dat het een bak was, want er was groen doek omheen gewikkeld en hij stond op een groot, kleurrijk tapijt. Oh, hoe de Boom beefde! Wat zou er gaan gebeuren?

De bedienden en de jonge dames versierden de boom. Aan een tak hingen kleine netjes van gekleurd papier, elk gevuld met snoepjes. Onder de andere takken hingen vergulde appels en walnoten die eruitzagen alsof ze daar groeiden. Tussen de naalden waren kleine blauwe en witte kaarsen geplaatst. Poppen die er net uit zagen als mensen—de boom had nog nooit zoiets gezien—hingen tussen het blad, en helemaal bovenop was een grote gouden ster van tinsel bevestigd. Het was werkelijk schitterend, onbeschrijflijk mooi.

BokRobot · Seite 11 / 26
Illustration zu Side 11

"Vanavond!" zeiden ze allemaal. "Hoe zal hij vanavond schitteren!"

"Oh!" dacht de boom. "Als het maar avond zou worden! Als de kaarsen maar zouden branden! Dan vraag ik me af wat er zal gebeuren! Misschien komen de andere bomen uit het bos wel om me te zien! Misschien kloppen de mussen tegen de ramen! Ik vraag me af of ik hier wortel zal schieten en de hele winter en zomer versierd zal blijven staan!"

Hij wist daar veel van—maar hij was zo ongeduldig dat hij door pure verlangens zelfs last kreeg van zijn rug, wat voor een boom hetzelfde is als een hoofdpijn voor ons.

BokRobot · Seite 12 / 26

De kaarsen werden aangestoken—wat een licht! Wat een pracht! De boom trilde zo hevig aan elke tak dat een van de kaarsen het blad in brand zette. Het brandde mooi op.

"Help! Help!" riepen de jonge dames, en ze blusten het vuur snel.

Nu durfde de boom zelfs niet meer te trillen. Wat voor een toestand was hij in! Hij was zo bang om iets van zijn pracht te verliezen dat hij helemaal in de war raakte door de schittering. Plotseling gingen beide vouwdeuren open, en een menigte kinderen stormde naar binnen alsof ze de boom omver wilden duwen. De oudere mensen volgden rustig; de kleintjes stonden even stil, en begonnen toen te schreeuwen, zodat de hele kamer weerklonk van vreugde. Ze dansten rond de boom, en het ene geschenk na het andere werd eraf gehaald.

BokRobot · Seite 13 / 26

"Wat doen ze?" dacht de boom. "Wat zal er nu gebeuren?"

De kaarsen brandden tot aan de takken, en terwijl ze brandden, werden ze één voor één uitgeblust. Daarna mochten de kinderen de boom plunderen. Ze vielen er zo hevig op dat alle takken kraakten. Als de boom niet stevig vastgezet was geweest, was hij zeker omgevallen.

De kinderen dansten rond met hun prachtige speelgoed. Niemand keek naar de boom, behalve de oude nanny, die tussen de takken gluurde om te zien of er een vijg of een appel was vergeten.

BokRobot · Seite 14 / 26

"Een verhaal! Een verhaal!" riepen de kinderen, terwijl ze een dikke, kleine man naar de boom trokken. Hij ging eronder zitten en zei: "Nu zitten we in de schaduw, en de boom kan ook luisteren. Maar ik zal maar één verhaal vertellen. Welk verhaal willen jullie: over Ivedy-Avedy, of over Humpy-Dumpy, die van de trap viel maar toch op de troon kwam en met de prinses trouwde?"

"Ivedy-Avedy!" riepen sommigen. "Humpy-Dumpy!" riepen anderen. Er was zoveel lawaai en geschreeuw—alleen de dennenboom was stil. Hij dacht: "Moet ik ook niet schreeuwen? Moet ik niets doen?" Want hij maakte deel uit van het gezelschap en had zijn deel gedaan.

BokRobot · Seite 15 / 26

En de man vertelde over Humpy-Dumpy, die van de trap viel maar toch op de troon kwam en met de prinses trouwde. De kinderen klapten in hun handen en riepen: "Doorgaan! Doorgaan!" Ze wilden ook het verhaal over Ivedy-Avedy horen, maar de man vertelde hen alleen over Humpy-Dumpy. De dennenboom bleef stil staan en was diep in gedachten verzonken. De vogels in het bos hadden nog nooit zo'n verhaal verteld.

"Humpy-Dumpy viel van de trap en trouwde toch met de prinses! Ja, ja! Zo werkt de wereld!" dacht de dennenboom, en hij geloofde het allemaal, want de verteller was zo knap. "Nou ja, wie weet—misschien val ik ook wel van de trap en krijg ik een prinses als vrouw!" En hij keek vrolijk uit naar de volgende dag, in de hoop weer versierd te worden met lichtjes, speelgoed, fruit en glinsterende versieringen.

BokRobot · Seite 16 / 26
Illustration zu Side 16

"Morgen zal ik niet meer trillen!" dacht de dennenboom. "Ik zal al mijn pracht ten volle genieten! Morgen zal ik het verhaal over Humpy-Dumpy weer horen, en misschien ook wel dat over Ivedy-Avedy." En de hele nacht stond de boom stil, diep in gedachten verzonken.

's Morgens kwamen de bedienden en het dienstmeisje binnen.

"Nu zal de pracht weer beginnen," dacht de dennenboom. Maar ze sleepten hem de kamer uit en de trap op naar de zolder. Daar, in een donkere hoek waar geen daglicht kon komen, lieten ze hem achter. "Wat betekent dit?" dacht de boom. "Wat moet ik hier doen?

BokRobot · Seite 17 / 26

Wat zal ik nu horen?" Hij leunde tegen de muur en verdiepte zich in gedachten. Hij had alle tijd om na te denken, want er gingen dagen en nachten voorbij en niemand kwam naar boven.

Toen er eindelijk iemand kwam, was het alleen om een paar grote dozen in een hoek te zetten. De boom stond verborgen, alsof hij helemaal vergeten was.

"Het moet nu winter zijn buiten," dacht de boom. "De grond is hard en bedekt met sneeuw. Mensen kunnen me nu niet planten, dus hebben ze me hier onderdak gegeven tot de lente. Wat attent! Wat zijn mensen toch vriendelijk! Als het hier maar niet zo donker was en zo vreselijk eenzaam! Zelfs geen haas! Buiten in het bos was het zo fijn, toen de sneeuw op de grond lag en het haasje voorbijrende—ja, zelfs toen hij over me heen sprong. Maar dat vond ik toen niet leuk! Het is hier echt vreselijk eenzaam!"

BokRobot · Seite 18 / 26

"Piep! Piep!" zei een kleine muis, die uit zijn holje gluurde. Daarna kwam er nog een kleine muis bij. Ze snuffelden rond de dennenboom en ritselden tussen de takken.

"Het is vreselijk koud," zei de muis. "Maar hier zou het toch fijn zijn, oude den, niet?"

"Ik ben helemaal niet oud," zei de dennenboom. "Er zijn er veel ouder dan ik."

"Waar kom je vandaan?" vroegen de muizen. "En wat kun je?" Ze waren erg nieuwsgierig. "Vertel ons over de mooiste plek op aarde. Ben je daar geweest? Ben je ooit in de voorraadkast geweest, waar kaas op de planken ligt en hammen van boven hangen, waar je op kaarsen van talg kunt dansen—een plek waar je dun naar binnen gaat en dik en mollig naar buiten komt?"

BokRobot · Seite 19 / 26
Illustration zu Side 19

"Ik ken zo'n plek niet," zei de boom. "Maar ik ken het bos, waar de zon schijnt en de kleine vogels zingen." Daarna vertelde hij hen alles over zijn jeugd. De kleine muizen hadden nog nooit zoiets gehoord. Ze luisterden en zeiden: "Mijn hemel! Hoeveel heb jij gezien! Hoe gelukkig moet je geweest zijn!"

"Ik?", zei de dennenboom, terwijl hij nadacht over wat hij had gezegd. "Ja, dat waren echt gelukkige tijden." Daarna vertelde hij over kerstavond, toen hij versierd was met koekjes en kaarsen.

"Oh," zeiden de kleine muisjes, "wat heb jij veel geluk gehad, oude dennenboom!"

BokRobot · Seite 20 / 26

"Ik ben helemaal niet oud," zei hij. "Ik kom deze winter uit het bos. Ik ben in mijn bloei, alleen een beetje kort voor mijn leeftijd."

"Wat een prachtige verhalen weet jij!" zeiden de muisjes. De volgende avond kwamen ze met vier andere kleine muisjes om te luisteren naar wat de boom zou vertellen. En hoe meer hij vertelde, des te meer herinnerde hij zich, en het leek alsof die tijden echt gelukkig waren geweest. "Maar ze kunnen terugkomen, ze kunnen terugkomen! Humpy-Dumpy viel van de trap en kreeg toch een prinses!" En hij dacht aan een mooie kleine berk die in het bos groeide. Voor de dennenboom zou zij een echte prinses zijn.

BokRobot · Seite 21 / 26

"Wie is Humpy-Dumpy?", vroegen de muisjes. Toen vertelde de dennenboom het hele sprookje, want hij herinnerde zich elk woord. De kleine muisjes sprongen van vreugde helemaal naar de top van de boom. De volgende avond kwamen er nog twee muisjes bij, en op zondag zelfs twee ratten. Maar zij zeiden dat de verhalen niet interessant waren, wat de kleine muisjes verdrietig maakte, en ook zij vonden ze niet meer zo amusant.

"Ken je dan maar één verhaal?", vroegen de ratten.

"Alleen dat ene," antwoordde de boom. "Ik hoorde het op mijn gelukkigste avond, maar ik besefte toen niet hoe gelukkig ik was."

BokRobot · Seite 22 / 26

"Dat is een heel dom verhaal! Ken je niets over spek en kaarsen van talg? Kun je geen voorraadkastverhalen vertellen?"

"Nee," zei de boom.

"Dan tot ziens," zeiden de ratten, en ze gingen naar huis.

Uiteindelijk kwamen zelfs de kleine muisjes niet meer. De boom zuchtte: "Het was fijn toen de glimmende kleine muisjes om me heen zaten en naar mijn verhalen luisterden. Nu is ook dat voorbij. Maar ik zal zeker van het leven genieten als ik weer naar buiten gehaald word."

BokRobot · Seite 23 / 26

Wanneer zou dat zijn? Op een ochtend kwamen er mensen en begonnen ze te werken op de zolder. De dozen werden verplaatst, de boom werd eruit gehaald en – nogal hard, eigenlijk – op de grond gegooid. Maar een man sleepte hem naar de trap, waar het daglicht scheen.

"Nu zal een gelukkig leven opnieuw beginnen," dacht de Boom. Hij voelde de frisse lucht, de eerste zonnestraal—en nu was hij buiten in de binnenplaats. Alles gebeurde zo snel, er was zoveel aan de hand, dat de Boom helemaal vergat naar zichzelf te kijken. De binnenplaats grenste aan een tuin, en alles stond in bloei. De rozen hingen fris en geurig over het hek, de lindebomen stonden in bloei, de zwaluwen vlogen voorbij en zeiden: "Quirre-vit! Mijn man is gekomen!" Maar ze hadden het niet over de dennenboom.

BokRobot · Seite 24 / 26
Illustration zu Side 24

"Nu zal ik echt van het leven genieten," zei hij vrolijk, en spreidde zijn takken uit. Maar helaas, ze waren allemaal verdord en geel! Hij lag in een hoekje tussen het onkruid en de brandnetels. De gouden ster van glinsterend papier zat nog op zijn top, schitterend in de zon.

In de binnenplaats speelden wat vrolijke kinderen—dezelfde kinderen die rond de dennenboom hadden gedanst met Kerstmis. Ze waren zo blij hem te zien. Een van de kleinsten liep naar hem toe en trok de gouden ster eraf.

"Kijk eens wat er nog op deze lelijke oude kerstboom zit!" zei hij, terwijl hij op de takken trapte, die onder zijn voeten kraakten.

BokRobot · Seite 25 / 26

En de Boom zag al de schoonheid van de bloemen en de frisheid van de tuin. Hij zag zichzelf en wenste dat hij in zijn donkere hoekje op zolder was gebleven. Hij dacht aan zijn vroege jeugd in het bos, aan de vrolijke kerstavond, en aan de kleine muisjes die zo blij hadden geluisterd naar het verhaal van Humpy-Dumpy.

"Het is voorbij—het is voorbij!" zei de arme Boom. "Had ik maar blij geweest toen ik reden had om blij te zijn! Maar nu is het voorbij, het is voorbij!"

BokRobot · Seite 26 / 26

En de tuinman zijn zoon hakte de Boom in kleine stukken. Er lag een hele hoop. Het hout brandde prachtig onder de grote kookketel, en het zuchtte zo diep! Elk zuchtje was als een schot.

De jongens speelden in de tuin, en de jongste droeg de gouden ster op zijn borst—de ster die de Boom had gedragen op de gelukkigste avond van zijn leven. Maar dat was nu voorbij—de Boom was weg, het verhaal was afgelopen. Alles, alles was voorbij—ieder verhaal moet tenslotte eindigen.

BokRobot

BokRobot

BokRobot vereint Bücher und Märchen zum Lesen und Entdecken. Hier findest du eine wachsende Auswahl und kannst auch eigene Bücher und Märchen gestalten.